|
||||||||
|
Zo’n anderhalf jaar geleden was er “Some Mississippi Sunday Morning”, en nu is er de opvolger. Glitterbeat’s Ian Brennan levert zelden half werk, zoals we onderhand weten en voor dit tweede volume van de blik achter de schermen van de Parchmangevangenis, kon hij twaalf gevangenen ertoe overhalen iets te komen inzingen in zijn microfoon. Zes van hen waren relatieve nieuwkomers, die niet op het eerste volume van de plaat stonden, zodat dit volume II helemaal en onbetwistbaar de opvolger van volume I geworden is. Wat Brennan beoogde, was een soort “hermenselijking” van gasten, die wellicht verschrikkelijke dingen gedaan hebben en daarvoor heel lange gevangenisstraffen uitzitten van de zes gevangenen die openingssong “Parchman Prison Blues” zingen -ze stonden, naar verluidt, in een trosje om de microfoon heen-, zijn er vier die levenslang kregen een eentje van hen, die nu 66 is, zit er al zo goed als zijn hele volwassen leven. Om maar te zeggen, het zijn geen doetjes daar en toch…toch stralen ze, zelfs na jaren opsluiting, nog een soort echt “geloof” uit, waarbinnen hun duidelijk gemaakt is dat er, aan het einde van de rit, vergeving is voor iedereen, die echt tot inkeer gekomen is. Je kan daar om lachen of er smalend over doen, het blijft een feit dat elk van ons wel eens in de fout gaat en dat slechts een deel van die fouten echt bestraft wordt. Van de dertien songs, die hier -allemaal live- opgenomen zijn, verwijst ruim de helft in de titel alleen al naar “God”, “Jesus”, “Heaven” of “King”, maar wat deze plaat bijzonder maakt, is het feit dat de gevangenen deze keer “voorbereid” waren: ze waren, minstens voor een deel, bij de eerste opnames aanwezig geweest en menigeen had nadien zelf een song geschreven en vele daarvan staan nu, schouder aan schouder met de vertolkingen van meer traditionele gospelsongs en zelfs een hip-hop versie, op dit tweede volume. Toegegeven, deze plaat beluisteren kost wat moeite, maar het loont wel de moeite, omdat er onmiskenbaar uit blijkt dat ook de daders van zeer zware misdaden, ergens slachtoffer geworden zijn en hun deel van het trauma te verwerken krijgen. Verder valt op hoezeer de vertolkers in staat waren om te reageren op de meest onverwachte actualiteit: zo zong J. Hemphill “Open the Floodgates of Heaven (Let it Rain), letterlijk op een moment dat de hemelsluizen wijd open gedraaid werden en de zachtheid van zijn vertolking staat in schril contrast met de zwarte van het misdrijf waarvoor hij al meer dan veertig jaar opgesloten zit. Het blijkt uit meer dan één vertolking hier, dat het zingen voor een aantal van de gevangenen de ultieme manier is om echt met hun gevoelens om te gaan en te laten horen dat er, zelfs na vele tientallen jaren, nog altijd een sprankel hoop te vinden is. Noem mij ouderwets of naïef, maar ik kan alleen maar heel diep respect betonen voor een initiatief als dit, temeer omdat mogelijke winst integraal naar de geestelijke begeleiding in de gevangenis gaat. Hulde daarvoor en laat een en ander u vooral niet weerhouden om ook eens echtte gaan luisteren: sommige van de vertolkers zingen adembenemend straf! (Dani Heyvaert)
|